November 2019

Kijk je weer mee, een stapje verder in de kunstgeschiedenis?
In mijn blog van september schreef ik over een zeer originele vondst van Marcel Duchamp.
Met die vondst verbijsterde hij in 1917 de organisatoren van een kunsttentoonstelling in New York en hij noemde het ‘De Ready Made’
Ter opfrissing: Het uitdagende kunstobject was een op zijn kant geplaatste urinoir, gesigneerd door de kunstenaar met de naam R. Mutt.

De zogenaamde ‘Ready Mades’ zijn gewone voorwerpen die als massaproduct gemaakt worden voor dagelijks gebruik. Ze zijn niet bedoeld als kunstobject en ze zijn beslist niet uniek; je kunt ze moeiteloos vervangen door een ander exemplaar.
Juist zó’n voorwerp kan door een kunstenaar uitgekozen worden als kunstobject. Duchamp begint ermee en is dus de eerste. Hij zet het in de tentoonstelling neer, op een manier die niet bij dat voorwerp past.  Dan ga je als museumbezoeker ineens toch heel anders naar dat ding kijken!
De kunstenaar heeft nu dus zelf geen kunst gemaakt; hij heeft alleen een uniek idee gepresenteerd. En dat Idee, dát is kunst.

Het wekt discussie op over: waarom zou een gewoon voorwerp, zoals bijvoorbeeld een kurkentrekker, geen kunst kunnen zijn, terwijl iets wat in een museum ligt en sterk lijkt op een kurkentrekker, wel kunst is?

Dan slaat de volgende oorlog een gat in de te verwachten loop van de geschiedenis. Kunstenaars lijken alle richtingen op te stuiteren, tot afgrijzen van de bezettende macht.
Maar na de Tweede Wereldoorlog komt Marcel Duchamp nog weer even terug met zijn Ideeën. En hij heeft nu ook navolgers. Er worden discussies opgewekt.
De stroming die op gang gebracht is door de Ready Mades, noemen we sindsdien: Conceptuele Kunst.

Want wat is Kunst?
Het werk is niet de kunst, maar het bijzondere idee, het concept dus, zeggen deze kunstenaars.
En dat is niet nieuw, dat gebeurde ook al in de Renaissance!
De kunstenaar van toen was de man die het kunstwerk bedacht en ontwierp. Zijn leerlingen en assistenten in het atelier waren slechts de mede-uitvoerders van zijn Idee.
Met conceptuele kunst uit onze tijd wil de kunstenaar discussies uitlokken over wat kunst moet zijn.
a. Hij wil de  vrijheid hebben om zijn nieuwe ideeën te kunnen uitwerken;
b. Hij zet de schoonheidsprincipes van de kunst overboord;
c. En de kunsthandel moet volgens hem op de schop.

Snap je dat? Als een kunstenaar in zijn creatieve brein lam gelegd wordt door allerlei beperkende regels en door de marktwaarde van zijn werk, kan er immers nooit iets nieuws ontstaan!
Stel dat kunst alleen maar schoonheid mag laten zien, het oog moet strelen, een versiering voor een muur in de kamer moet zijn ….. dan verliest kunst zijn maatschappelijke meerwaarde.

Toch loop ook ik wel eens met gekromde tenen door een museum. Als ik bijvoorbeeld oog in oog sta met een kunstwerk van letterlijke rotzooi dat een paar zalen in beslag neemt. Is dat soms het resultaat van een zolderopruiming?
Misschien ligt dat aan mijn vluchtige blik. Misschien wordt het beter als ik me eens goed verdiep in wat de kunstenaar had willen zeggen.
In één bezoek wil ik eigenlijk veel te veel tegelijk bekijken in een museum.
Want kunst is vaak moeilijk! Ook voor curatoren.
Is alle gepresenteerde kunst wel echt kunst? Daar zal best wel eens iets verkeerd worden ingeschat.
In het boek ’De Kunstmeisjes’, geschreven door drie curatoren, las ik dat de gemiddelde tijd waarop bezoekers naar een kunstwerk kijken slechts 20 seconden is. Inclusief het lezen van het tekstbordje.
Dat is veel te kort als we willen weten wat we erin moeten zien.

In oorlogstijd was de bezetter uit op ‘mooie’ duidelijke kunst. Al het andere was ontaarde kunst, of zoals de Duitsers het noemden, entartete Kunst. En de Joden kregen daarvan de schuld. Zij zouden met moeilijke of abstracte kunst doelbewust de maatschappij willen ontwrichten!
Hoe bizar is die beschuldiging als je het volgende leest:
De term ‘entartete Kunst’, is aan het eind van de 19de eeuw bedacht door een Joodse leider: de arts en filosoof: Max Nordau.
Hij vond, net zoals de Duitsers dus, dat de nieuwe kunst immoreel en maatschappij-ontwrichtend was.

Ter illustratie nog een paar voorbeelden van conceptuele kunst uit de naoorlogse tijd.
1.
Een Italiaanse kunstenaar, Piero Manzoni (1933–1963), ging wel heel provocerend te werk in zijn protest tegen het massaconsumentisme.
Hij produceerde zijn Merda d’Artista. Dat klinkt wel lekker gewoon Italiaans.

Maar wat was het?
Letterlijk vertaald staat er: ‘Stront van de kunstenaar’.
In 1961 produceerde hij 90 blikken merda. De inhoud per blik was 30 gram. En de prijs werd vastgesteld op basis van de goudprijs van dat moment.
In 2007 waren er in de VS verschillende blikken voor minimaal 80.000 dollar verkocht.
Omdat een blik na de opening zijn waarde zou verliezen, bleven de blikken jarenlang dicht en was iedereen onzeker over wat er echt in zou zitten.
Gips! werd er gesuggereerd.
Later zijn er blikken gaan lekken en bleek er wel degelijk iets van uitwerpselen in te zitten.
2.
Joseph Kosuth, geboren in 1945.
Titel van het werk: Eén en drie stoelen (1965) in het MOMA in New York.
Het gaat om één klapstoel. Die staat in drie verschijningsvormen naast elkaar op een podium. De eerste stoel is houterig zichzelf. De tweede stoel is een zilvergelatinefoto op ware grootte. De derde stoel tenslotte is de definitie van een stoel uit het woordenboek, die sterk is uitvergroot en opgehangen.
De vraag hierbij is – in navolging van ‘Wat is kunst?’  -> ‘Wat is een stoel?’
Hoe komt het dat we hem als stoel herkennen?  Is de ene stoel minder stoel dan die andere? Het ging om het idee, weet je nog?

3.
On Kawara, 1932 – 2013
Een conceptueel kunstenaar uit Japan. Hij schiep met engelengeduld een gigantisch oeuvre van dagelijks één schilderij.
De afmetingen per doek waren verschillend, maar de voorstellingen leken als twee druppels water op elkaar. Hij mengde elke dag zijn verf tot één kleur en die bracht hij in lagen aan op het doek. Soms rood, dan grijs, of groen, of zoals op de foto hieronder, zwart. Daarop schilderde hij de datum keurig in het midden in witte verf. Kreeg hij het schilderij niet op diezelfde dag af, dan vernietigde hij het.
Omdat hij erg reislustig was, maakte hij zijn doeken op vele plaatsen in de wereld.
Toen hij al al aardig wat geproduceerd had, kwam er een probleempje om de hoek kijken. Zijn appartement in New York  was te klein om zijn ‘date-paintings’ netjes weg te zetten. Maar zoals je van iedere Japanner mag verwachten, verstond hij de kunst om mooie verpakkingen maken.
Voortaan maakte hij voor elk schilderij een prachtige kartonnen doos. Nu kon hij ze netjes wegzetten. En in elke doos verpakte hij nu ook een krantenknipsel van die dag op de locatie waar hij zich bevond.
Op 4 januari 1966 begon hij zijn reeks en hij eindigde daarmee op 12 januari 2013.

Literatuur:
Kunst in het juiste perspectief – Librero 2010
De Voorbije Toekomst – Anne Kegels 2013
De Kunstmeisjes – Meulenhof 2019

 

 

1 reactie op “November 2019”

  1. Hoi Coby,
    Ik lees je blogs graag, ook al ben ik totaal niet creatief met mijn handen, zoals jij. Jij verdiept je in de kunst, ik kijk ernaar en weet wat ik mooi of niet mooi vind. Conceptuele kunst? Ik had er nog nooit van gehoord. Ja, als ik in een museum rondloop, kijk ik heel vluchtig. 20 seconden per schilderij, noem jij. Ik hoorde Jeroen Krabbe een tijdje geleden op televisie een nog kortere tijd noemen. Tegenwoordig zijn er op tv nogal wat programma’s, die gaan over kunstenaars. Daar kijk ik graag naar. Als je iets weet van hun achtergrond, de tijd, waarin ze leefden, kijk je anders naar hun werk.
    Maar conceptuele kunst? Stront van de artiest? Je moet maar op het idee komen. Misschien is dat op zichzelf al (de) kunst.
    Zoals ik al zei: Ik weet, wat ik mooi vind. Bijvoorbeeld het schilderij van jou boven mijn bed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *