December 2019

Gelukkig dat je er weer bent!
Want mijn blog van november, oei,  dat was een lang en pittig stukje tekst.
Toen ik het zojuist nog een keer door las, dacht ik: véél te veel!
Als ik iets schrijf over kunstgeschiedenis, moet het ook een beetje leuk zijn om te lezen.
En als het wat verheldering geeft bij een museumbezoek, dan is dat mooi meegenomen.

Voor nu heb ik iets over  Kurt Schwitters (1889 – 1948). Een tijdgenoot van Marcel Duchamp.
Jullie hebben ongetwijfeld wel eens van hem gehoord.
Ik kende zijn naam en wist iets van zijn ‘Merzkunst’. Maar bij beter kijken las ik dat hij als kunstenaar heel uniek en bijzonder grappig was.

Niet meteen in het begin, nee dat zéker niet! Hij moest nog een beetje los komen.
Misschien was het de epilepsie in zijn jeugd, die  mogelijk een oorzaak was van zijn wat tragere start.
Hij studeerde in Dresden aan de Kunstacademie en als jonge kunstenaar volgde hij netjes de voetsporen van impressionistische tijdgenoten. Hij schilderde hen zelfs vooral een beetje na.
Echt bijzonder was zijn kunst dus helemaal niet.
Maar daarna …. Toen werd alles anders. In de grote wereld en in het hoofd van Kurt.

Ik las een leuke beschrijving over zijn carrière  in een artikel van de Volkskrant die ik op Internet had opgesnord.
Zo’n levendig beeld als daar van hem geschetst wordt, zo zou ik het zelf geschreven willen hebben.
Maar iets overnemen is plagiaat en dat is uitgesloten!  Dus moest ik eerst los komen van het artikel uit de krant en me concentreren op andere informatie.
Veel lezen geeft veel  achtergrondkennis, maar kan een saai, taai document opleveren.
Lastig hoor, om iets grappigs te lezen, trouw te blijven aan je eigen stijl en de informatie kort te houden!
Vanwege dit dilemma kunnen jullie mijn decemberblog pas een paar dagen later lezen dan mijn bedoeling was.

Van belang is te weten dat Kurt Schwitters onder invloed van een andere kunstenaar in contact kwam met de groep Dada. En daarna ook met Theo van Doesburg van De Stijl in Holland.
Maar wat houdt Dada dan precies in?
Liever te niks dan te veel!
Dada is ontstaan bij kunstenaars met een afkeer van de menselijke beschaving die tot grote oorlogen heeft geleid,  en het is ook een protest tegen de gevestigde bourgeoisie. De naam is willekeurig geprikt uit een Frans woordenboek en betekent niet veel meer dan ‘hobbelpaard’.
Dada zet Schwitters aan tot heel ander werk. Veel meer abstract, veel eigenzinniger.

Een bevriend kunstenaar maakt hem enthousiast voor het maken van collages en daar leeft hij zich vervolgens helemaal in uit.
Ik kan het zelf trouwens ook iedereen aanbevelen die op een dood punt zit in creativiteit. Maak collages. Je wordt werkelijk enthousiast van het krijgen van allerlei nieuwe gezichtspunten.

                                   

Revolving,
 relief assemblage van hout, metaal,                                                      Construction for noble ladies [1919]
touw, karton, ijzerdraad, leer en olieverf op canvas [1919]

En dan duikt meteen een bedrijfsnaam op  voor zijn collageproductie: ‘Merzwerk’. Wat dat toch is? Moet je daar een speciale taal voor bestuderen om dat woord te kunnen thuisbrengen? Of naar wie is het genoemd?
Heel simpel! Het viel net zo eenvoudig uit de lucht als ‘Dada’ ontstond:
Kurt begon collages te plakken en knipte daarvoor vele stukken papier tot snippers. Op één zo’n stuk papier las hij: ‘Kommerz und Privatbank’.
Hij zette er de schaar in en hield ‘merz’ over. Die lettergreep koos hij uit als titel voor al zijn plak- en knutselwerk. Als naam voor zijn bedrijf. Betekenisloos dus.

En merzen kon hij. Niet alleen met papier! Alles wat hem voor handen kwam was goed voor Merz.
Kurt was overigens een lange vent van net iets boven de twee meter, altijd een keurige verschijning in kostuum, gestreken overhemd en stropdas. Men  zag hem vaak fietsen, afstappen en naar de grond bukken. Daar lagen zijn kunstmaterialen: achteloos weggeworpen rommel. Toen ook al!

Hij erfde van zijn pa vijf huizen. In één daarvan, in Hannover,  ging hij wonen met zijn vrouw. Voor extra inkomsten  verhuurde hij de bovenverdieping van zijn huis.
In zijn eigen kamers knipte, plakte, construeerde en schiep hij. Kamers vol Merz. Toen al zijn wanden vol waren met zijn werk, vroeg hij zijn huurders te vertrekken, brak vervolgens een stuk uit het plafond en ging boven gewoon door met scheppen.
Maar helaas, niets is daarvan overgebleven, want een overvliegende bommenwerper maakte er puin van.


Merzbau GG [1932]

Maar Kurt had nog meer bijzonder pijlen op zijn boog. En hij had er kennelijk veel plezier in om de hele wereld een beetje voor de gek te houden.
Hij maakte liedjes en gedichten. Hele bijzondere. Soms was het enkel een grappig woordspel binnen één zin die hij ergens als graffiti op een muurtje kalkte.

Hij componeerde ook:  een eigen muziekstuk, uitgevoerd door hemzelf.
De ‘Ursonate’.
Hij voerde dat stuk in zijn eentje op en zijn hele instrumentenorkest bestond uit  enkel zijn eigen lichaam.
Wat kun je met je stem, je ademhaling, je lippen, je hoofd als klankkast allemaal wel niet aan geluid voortbrengen, nog afgezien van de rest van je lichaam. (natuurlijk afgezien van flatulentie)
Hij floot, siste, kirde, zong melodieën, hoge tonen, lage tonen ….
Ik was er niet bij, maar het moet een wonderlijk geheel zijn geweest.
Dat heeft hij nog zelf op een grammofoonplaat laten opnemen. Die raakte eerst kwijt, maar kwam zo’n veertig jaar later weer boven water. Zijn enige zoon Ernst, las ik, heeft op zijn sterfbed zijn eigen vader daarin herkend.

Ter afsluiting voor nu één van de gedichten van Kurt Schwitters. Want ook die tak van kunst beheerste hij.
Zie er geen kwetsend gedicht in, maar meer een inleving en vertolking:

Klein gedicht voor grote stotteraars
Een visgr, vis, een vevevevevisgraat
Lag op de op, lag op de klip.
Hoe kwam het, kwam, hoe kwam, hoe kwam het
Daar, daar, daar?
De zee heeft zee, de zee, die heeft het
Daarheen, daarheen, daarheen ge spoeld,
Daar llllligt het, ligt, daar llllligt het
Heel goed, zelfs heel goed!
Er kwam een vis, een vevevevevis, een veveveveveve –
veveveveveve (schril fluitje) veve veve veve
vevevisser,
die vriste, viste verse vis.
Die nam hem, nam, die nam, die nam hem
Mee, die nam hem mee.
Nu llllligt de, ligt, nu llligt de klip
Helemaal zo zo zo zonder visgr vis graat
In de wijde, wijd, in de we wereldzee
Zo naakt, zo vrevre vreselijk naakt.

 

Alweer de laatste bijdrage voor het jaar 2019.
Ik wens iedereen mooie Kerstdagen en een gezegend 2020!

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *