Januari 2020

Beetje later dan normaal, want soms fabriceer je een stukje tekst waar je niet tevreden mee bent. Dat overkwam mij.
Mijn gedachten waren nog sterk bezig met knallen en ongelukken van steeds agressiever nieuwjaarsvuurwerk. Dat begint haast de vormen aan te nemen van een vernietigingsdrang.
Een link met de kunstgeschiedenis was gauw genoeg gelegd.
Maar het werd wel een proces van veel te lang zoeken, lezen, nadenken en verifiëren.
Eigenlijk ontstond mijn verhaal uit een verkeerd motief. Gelukkig maar dat er een delete-knop bestaat.
Misschien jammer van de verprutste tijd, maar ik heb er wel weer een stukje eigen kennis mee opgefrist en dat is dan mooi winst!
Ik weet nu weer veel meer van die Eerste Wereldoorlog; oorlogen waren vroeger niet mijn meest geliefde geschiedenisonderwerpen.

Maar hier is hij dan, de blog van januari:

Franz Marc  ‘Het lot der dieren’  1913

Wat je op deze foto ziet lijkt abstract. De kleuren van het echte werk zijn dieper en frisser dan wat mijn mobiel maakte van de foto uit mijn boek, maar dit voldoet.

De titel van het schilderij stond achterop het doek geschreven:
‘En al het zijn is vlammend lijden.’
Met daarbij nog een zin: ‘De bomen toonden hun ringen en de dieren hun aders.’
Zinnen ontleend aan het Bijbelboek Openbaringen van Johannes.
Vriend en collega van de schilder, Paul Klee, verandert later die titel in: ‘Het lot der dieren’

Het gaat dus over de kunstenaar Franz Marc (1880 – 1916).
Franz was in het begin een schilder die natuurgetrouw dierenportretten schilderde. Want juist de dieren, zo zei hij,  hadden met hun onbezoedelde levensgevoel al het goede in hem wakker gemaakt.

Voordat hij aan kunst begon, studeerde hij theologie en filosofie.
Pas daarna bezocht hij de ‘Akademie der Bildenden Künste’ in München, waar hij zich specialiseerde in traditionele landschapskunst.

Maar dit schilderij, met de afmeting 196 x 266 cm, is helemaal niet meer traditioneel en gelijkend.
In dit schilderij beeldt hij uit dat die eens zo prachtige wereld door een apocalyptische ramp getroffen is. Dat is het volgens hem het geval als de natuur zich tegen zichzelf keert.
Apocalyptisch, dat is het woord voor ontzagwekkende gebeurtenissen die volgens het Bijbelboek Openbaringen elkaar in de loop van de tijd zullen opvolgen. Als theoloog weet hij dat.

Marc bezoekt twee keer de kunstenaarsstad Parijs: in 1903 en 1909.
De schilderijen die hij daar ziet van Van Gogh en de postimpressionisten maken diepe indruk op hem.
Hij verhuist naar het platteland en neemt deel aan een kunstenaarskolonie. Het liefst kiest hij dieren uit als onderwerp voor zijn schilderijen. Want, vindt Marc,  hun schoonheid en spiritualiteit zijn superieur aan die van de mens.
Zijn stijl verandert door het contact met andere schilders en stromingen. Abstracter en  de figuren eenvoudiger. En dan zijn kleurgebruik, veel vrijer.
Rood? Een dynamische en zware en genadeloze kleur; daar moet altijd iets tegenover staan
In 1911 richt Marc een kunstenaarsgroep op: Der Blaue Reiter. Ook Kandinsky hoort daarbij.
In heel Duitsland wordt de groep Der Blauwe Reiter bekend vanwege de vele exposities.

In 1914 breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Na een jaar moet ook Marc zijn dienstplicht vervullen aan het front. Het is inmiddels 1915.
Soldaat Marc ontvangt een ansichtkaart met daarop een foto van zijn schilderij dat hij nog voor de oorlog geschilderd had. ‘Het lot der dieren’
Marc is geschokt.  ‘Het lijkt wel alsof ik deze oorlog heb voorvoeld. Vreselijk en ontroerend!
Ik kan nauwelijks bevatten dat ik dit heb geschilderd!’ is zijn reactie.

In 1916, middenin de Eerste Wereldoorlog, sneuvelt Franz Marc. Het doek uit 1913 wordt gedeeltelijk beschadigd bij een brand en daarna zeer zorgvuldig gerestaureerd door zijn vriend, Paul Klee.

Een paar details:

Het noodlot. Hier staan twee hulpeloze groene paarden, een merrie en een veulen.
De moeder hinnikt wanhopig naar haar angstige veulen dat naar een omvallende boom rent.
Voor Marc is dat het symbool van het noodlot.


Een blauwe ree. Voor Marc staat een ree symbool voor zachtheid.
Je moet misschien even zoeken, maar dan zie je vast wel een blauw lijf met poten.
De ree buigt zijn lange blanke nek achterover, geschilderd in het middelpunt van het doek, en wordt plotseling en onafwendbaar gekeeld door de streep oranje licht over zijn nek, een streep die diagonaal getrokken is over het hele doek.


Hier zien we  een soort rode pijlen. Ze zijn heel zorgvuldig geschilderd, want ze hebben een belangrijke functie in het grote schilderij. Deze diagonale, lichtende banen. Het evenwicht en de spanning in het werk zouden totaal verstoord worden als er ook maar één streepje aan veranderd werd.
Vond Marc.
Deze kruisende banen suggereren dat het leven en de destructieve krachten elkaar perfect in evenwicht houden.

Een schilderij als dit is ontstaan uit een voorgevoel van een naderende en rampzalige oorlog.
Een oorlog waar sommigen juist naar uit keken, maar zij konden toen niets anders bedenken  dan een  traditionele oorlog die de omstandigheden achteraf weer wat zou normaliseren of verbeteren.  Het pakte heel anders uit.

Bronvermelding: Kunst in het juiste perspectief – Librero 2010