Madame Curie

Deel 4 in de serie: ‘Vrouwen van eind 19de/begin 20ste eeuw, die zich vanuit een kansarme positie opgewerkt hebben tot succesvolle persoonlijkheden. Een lijstje namen vanuit het gezichtspunt van de Spaanse kunstenares Lita Cabellut.

Realiseer jij je wel eens hoe kort het nog maar geleden is dat vrouwen ondergeschikt waren aan hun echtgenoot?
Vóór 14 juni 1956 – ik was op dat moment al wel 6 jaar oud –
was de getrouwde vrouw, dus ook mijn mama, officieel handelingsonbekwaam.
Dat betekende dat ze geen eigen bankrekening kon openen.  

Zou mijn moeder op eigen houtje een wasmachine willen kopen, dan moest ze van mijn vader, haar echtgenoot, een toestemmingsbriefje krijgen, en natuurlijk ook het geld.
Zelfstandig op reis gaan? Pas op! Eerst aan manlief vragen of het mag.
Ze had natuurlijk ook geen baan en dus geen eigen inkomen. Op haar trouwdag had ze namelijk ontslag gekregen van haar werkgever.
Je kunt het je toch niet voorstellen dat pas in 1956 vrouwen in Nederland geacht werden volwaardige mensen te zijn!

Dan nu een sprongetje verder terug, naar de tijd van Maria Skłodowska (1867 – 1934).
Zij was een leergierig meisje in Polen, jongste van een gezin met 5 kinderen.
Polen zuchtte onder de bezetting van het Russische Keizerrijk.
Gezin Skłodowska  behoorde tot de lagere landadel. Dat klinkt chique, maar het ging financieel niet best.
Vader Skłodowska kreeg tot overmaat van ramp ontslag aan de school waar hij wis- en scheikunde gaf …. weg inkomsten!

Een opmerking voor je verder leest: wat ik schrijf is geen biografie.
Dan waren we nog veel langer zoet; ik met napluizen en schrijven;  jij met lezen.
Mijn informatie zoek ik vergelijkend op diverse internetsites. Die staan hieronder genoteerd.

Marie was leergierig en intelligent.  Net als haar zus Bronia.
Maar de Russen hadden de universiteiten verboden voor vrouwen, hoe excellent ze hun middelbare school ook hadden afgerond. Wel zag Marie de kans om ’s avonds de ‘Vliegende Universiteit’ in Warschau te bezoeken; dat was een clandestiene Poolse universiteit waar vrouwen stiekem mochten studeren.
Maar hoe moest het verder?
De zusjes bedachten – hoe kan het ook anders bij slimme zusjes– een geniale oplossing.
Marie zou werk zoeken als lerares en gouvernante, zodat Bronia naar Parijs kon gaan om medicijnen te studeren. Marie zou dan haar zusjes levensonderhoud kunnen financieren.
En als Bronia klaar was als arts, dan kon Marie naar Parijs komen om aan de Sorbonne wis-, natuur- en scheikunde te studeren, op kosten dan van dokter Bronia Skłodowska.
En zo gebeurde.

Marie studeerde cum laude af en kreeg als doctorandus in wis- en natuurkunde de  opdracht onderzoek te doen naar de magnetische eigenschappen van gehard staal. Omdat ze daarvoor de juiste instrumenten nodig had, werd ze in contact gebracht met wetenschappelijk onderzoeker
Pierre Curie, die magnetisme bestudeerde. Hij had daarvoor een goed gevulde gereedschapskist.

Kennelijk kwam er ook een magnetische eigenschap van heel ander niveau om de hoek kijken, want in 1895 traden ze samen in het huwelijk.
 
En van het een kwam het ander. Toen het onderzoek klaar was, ging Marie verder met een  promotieonderzoek.
Henri Becquerel had in 1886 toevallig bij uranium ontdekt dat daar straling vanuit ging. Dat was zichtbaar op fotografische platen. Hij schonk er niet al te veel aandacht aan, want zoals iedereen, was ook hij veel meer geïnteresseerd in de pas ontdekte röntgenstraling, waarmee je door de huid van je hand heen je botjes kon zien.
Ik weet zelf nog dat ik als kind schoenen paste in de schoenenwinkel en dat ik door een apparaat van bovenaf mijn blote voet- en teenbotjes kon zien. Dwars door die schoenen heen.  Zo konden mijn ouders zelf zien of die schoenen goed pasten om hun dochters voeten. Dat is maar heel kort geweest. Waarschijnlijk begrepen ze later dat röntgenstraling, te pas en te onpas gebruikt, niet veilig was.

Maar Marie en Pierre raakten in de ban van de sterke straling die het uranium uitzond. Hoe zuiverder het uranium, des te krachtiger de straling. Marie ontdekte dat de straling afkomstig was van de atoomkernen.
Al zoekend ontdekten ze ook nog twee andere krachtigere stralingselementen in het erts pekblende, waar uranium uit gewonnen werd; één daarvan kreeg van Marie de naam van haar geboorteland Polen: polonium dus. Het andere was radium.
Becquerel vond uit dat radium gebruikt kon worden om kankercellen te doden.
(En wat was het ook weer met die Russische Litvinenko? Polonium?!
Zó’n klein beetje maar!)


Dus bestelden Pierre en Marie gewoon een paar ton uraniumerts, die ze bewerkten met hun blote handen. Beiden wisten op geen stukken na hoe gevaarlijk die stoffen met hun onzichtbare straling waren.  Een afzuigsysteem was er niet. Marie vervoerde onderdelen van haar werkmateriaal ook eenvoudig als het zo te pas kwam in haar handtasje.
Ze begonnen argwaan te krijgen toen ze zagen dat ze van hun experimenten rare kloven in hun handen kregen die maar niet wilden genezen. En er ontstonden ook schroeigaten in de zakken van hun jassen en schorten waar ze hun instrumenten in staken.
Achteraf bleken zelfs hun aantekenboeken zo radioactief besmet te zijn, dat ze nu nog steeds gevaarlijk zijn vanwege hun straling. Wie ze wil bestuderen moet beschermende kleding aan.
Het werd verwerkt in verf. En dure cosmeticaproducten, door enthousiaste fabrikanten ‘verrijkt’  met radium, hadden als schrikbarend resultaat dat de lippen en kaken van de gebruiksters vervormden.
De pas ontdekte Radioactiviteit ervan was de oorzaak.
Radioactiviteit was overigens een term van Marie waarmee ze deze constante straling aan kon duiden.

Marie voltooide haar proefschrift.
Die werd ontvangen als Zeer Goed, ‘Très Honorable’!
Marie was hierna de  eerste vrouw ooit met een doctorstitel.
Het onderzoek werd genomineerd voor een Nobelprijs voor natuurkunde. De winnaars daarvan waren Pierre Curie en Henri Becquerel. Aan Becquerel werd hij toegekend vanwege het ontdekken van de straling van uranium.
De nominatie van alleen Pierre en Henri deed natuurlijk totaal geen recht aan het grote aandeel dat Marie had geleverd aan de onderzoeken. Want het was juist Marie die erin geslaagd was om radium en polonium te isoleren uit het uranium. Ze was er notabene cum laude op gepromoveerd. Dus Pierre stond erop dat ook Marie zou delen in de prijs vanwege haar verdienste. En zo gebeurde.
Marie werd daarmee de eerste vrouwelijke Nobelprijswinnaar.
En Pierre werd als Nobelprijswinnaar bevorderd tot hoofd van het natuurkundelaboratorium aan de Sorbonne

Iedereen was er nu  wel van overtuigd dat Marie een excellente wetenschapper was, maar er waren sceptici. Lord Kelvin bijvoorbeeld. Hij bestreed  de visie van Marie op radium als element. Volgens hem was het gewoon een verbinding tussen lood en helium.
Hij kreeg ongelijk. Marie wist door diepgaand onderzoek samen met een collega te bewijzen dat radium een apart element was.
Sommige journalisten schreven trouwens dat Marie er beter aan zou doen zich aan haar huishouding te wijden dan haar tijd te verdoen in een laboratorium.

De Curies hielden zich dus vooral bezig met stralingselementen.
Niet verwonderlijk dat Marie, en later ook haar dochter die in de voetsporen van haar moeder trad, uiteindelijk gestorven zijn aan de stralingsgevolgen, aan leukemie. Toch is Marie ondanks die straling pas in 1934 overleden, 66 jaar oud.
Echtgenoot Pierre stierf al in 1906. Maar dat was niet van de straling. Hij liep te suffen op straat ergens in Parijs en werd overreden door een paardentram.
Na die ramp kreeg Marie zijn leerstoel aangeboden door de faculteitsraad en werd ze benoemd tot lector.
Hiermee was zij de eerste vrouwelijke hoogleraar aan de Sorbonne.

Dat was dus wel een groot succes! Maar denk nu niet dat alle hobbels glad gestreken waren.
Ondanks haar prestaties en faam werd ze bij de verkiezing tot lid van de Franse Académie des Sciences gepasseerd. Want de Franse schandaalpers had een lastercampagne op touw gezet, zoals: de vrijzinnige Marie Curie, die een relatie kreeg met een getrouwde man (scheiden was bij de wet verboden), zou een losbandige atheïste zijn van Poolse komaf. Ze was dus geen Française en, griezelden sommigen, zelfs ook nog van Joodse komaf. Dus niet iemand waar je mee voor de dag kon komen als gewaardeerd lid van de Académie.
Hoe dan ook, in 1911 kreeg Marie Curie de tweede Nobelprijs, nu voor scheikunde. En dat is een bijzonderheid die maar zeer weinig mensen overkomt.

Nog een andere verdienste:
De Eerste Wereldoorlog brak uit in 1914.
Soldaten aan het front crepeerden aan hun zware verwondingen.
Dat hoorde Marie. En ook wist zij dat er maar weinig goede medische hulp geboden kon worden. Pleisters plakken, dat kan iedereen, maar met je blote oog aan een soldaat zien op welke manier zijn botten van binnen gesneuveld zijn, dan heb je toch zoiets als een röntgenapparaat nodig om een behandeling te kunnen starten. En die hadden ze niet in de veldhospitalen.
Met hulp van weldoeners en het Rode kruis kon Marie met haar helpers mobiele röntgenapparatuur installeren in achttien ziekenwagens, die naar haar genoemd werden: ‘Petites Curies’. Daarmee gingen ze naar de veldhospitalen. Met daarnaast ook nog eens tweehonderd vaste radiologische posten hebben ze vele soldaten weer op de been kunnen helpen.

Eva Curie schreef een biografie over haar moeder, met de titel: Madame Curie.
Daardoor spreken we meestal over de Poolse Maria Curie- Skłodowska als Madame Curie.
(foto’s plaatsen is tegenwoordig lastig; maar ze zijn wel te vinden op de hieronder staande webadressen)

Vijf redenen waarom Marie Curie een van de grootste wetenschappers aller tijden is – New Scientist
Marie Curie, de ontdekker – NEMO Kennislink
Wat is polonium en hoe werkt het? | Nederlands Dagblad
Vrouwen tot 1956 handelingsonbekwaam | Historiek